Wat is beleggen in aandelen en andere beleggingen?

Bij beleggen denken de meeste mensen aan het kopen van aandelen op de beurs. Dat is niet zo gek, want aandelen zijn een goede belegging voor zowel actieve als passieve beleggers. Maar er zijn veel meer dingen waarin je kunt beleggen. Naast aandelen beleggen veel mensen in obligaties. Ervaren beleggers kunnen ook in goud, olie, en andere grondstoffen handelen. De rijken der aarde beleggen vaak in kunst, vastgoed, of in bijvoorbeeld in wijn. En de laatste jaren is beleggen in cryptocurrencies steeds populairder geworden.

Wat al deze beleggingen met elkaar gemeen hebben, is dat ze je geld voor je laten werken. Als je niet belegt, dan verdien je geld door te werken. Jij doet werk, en in ruil daarvoor krijg je geld van je baas (of van je klanten als je ondernemer bent). Als je belegt zet je je geld aan het werk. Zonder dat je er zelf werk voor hoeft te doen, maakt het geld dat je belegt meer geld. Dat geld krijg je in de vorm van dividend, koerswinst, optiepremies, en andere beloningen.

Dit is niet zonder risico. Als je een aandeel van een bedrijf koopt loop je het risico dat het bedrijf failliet gaat. Als je een staatsobligatie koopt loop je het risico dat de centrale bank de rente verhoogt. En als je cryptocurrencies koopt riskeer je een koersdaling van de digitale munten. Het wordt ook wel gezegd dat het geld dat je verdient met beleggen een beloning is voor het risico dat je neemt. Vaak geldt ook: hoe meer risico, hoe hoger het rendement.

We definiëren beleggen dus als volgt: beleggen is je geld risicovol aan het werk zetten om inkomsten te genereren.

Passief en actief beleggen

Het verschil tussen actief en passief beleggen
Actieve beleggers hebben meer kansen om te kopen en te verkopen dan passieve beleggers

Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen passief beleggen en actief beleggen. Passief beleggen betekent dat je je geld vast zet in een belegging en er vervolgens niet meer aan komt. Je koopt bijvoorbeeld aandelen, beleggingsfondsen, of obligaties, en verkoopt ze voor lange tijd niet meer. Vervolgens krijg je regelmatig een beloning uitgekeerd voor je belegging, in de vorm van dividend of rente. Als je na vele jaren wachten over je geld wilt beschikken, dan verkoop je je beleggingen, en boek je misschien nog extra koerswinst.

Geld op een spaarrekening of termijndeposito is ook een vorm van passief beleggen. Je stelt je geld voor langere tijd beschikbaar aan de bank, die dat geld vervolgens uitleent aan ondernemers. Als beloning krijg je van de bank rente op je gespaarde geld. Het lijkt misschien alsof je daarbij geen risico loopt, maar je hebt altijd het risico van inflatie: dat je geld minder waard wordt terwijl het op je rekening staat. Tegenwoordig is de rente zó laag dat het eigenlijk niet de moeite waard is om geld op een spaarrekening te laten staan.

Als je actief belegt zet je je geld niet voor lange tijd vast. In plaats daarvan neem je regelmatig koop- en verkoopbeslissingen. Dividend kan een leuk extraatje zijn, maar in principe haal je je inkomsten uit koerswinst. Het doel is dus om beleggingen goedkoop te kopen en duur te verkopen.

Overigens kun je ook speculeren op dalende koersen op de beurs. Dat doe je bijvoorbeeld door short te gaan of door put opties te kopen. Hoe dit werkt komt later in de cursus uitgebreid aan bod. Wat voor nu belangrijk is om te weten is dat je bij actief beleggen regelmatig moet kopen en verkopen om van koersverschillen te profiteren. Dat betekent dat actief beleggen meer tijd kost dan passief beleggen. Je kunt er ook meer winst mee maken (of verlies als je het verkeerd doet).

Waarin kun je beleggen

Er zijn zóveel verschillende beleggingsproducten dat het te ver gaat om die hier allemaal te behandelen. Later in de cursus gaan we uitgebreider in op de vraag welke beleggingen je kunt kiezen en waarom. Op dit moment is het belangrijk om twee duidelijke onderscheiden te maken.

Ten eerste bestaat er een onderscheid tussen renderende en speculatieve beleggingen. Bij renderende beleggingen stel je je geld beschikbaar aan iemand (meestal een bedrijf of overheid) en krijg je daar automatisch een beloning voor. Dat komt omdat degene die jouw geld heeft ontvangen dat geld gebruikt om nuttige dingen mee te doen. Voorbeelden van renderende beleggingen zijn: aandelen, obligaties, termijndeposito's, en peer-to-peer leningen. Als je passief belegt dan wil je vooral renderende beleggingen kopen (omdat je daarmee vanzelf geld verdient).

Speculatieve beleggingen leveren uit zichzelf niks op. Je koopt (of verkoopt) deze producten tegen een bepaalde koers, omdat je verwacht dat de koers gaat stijgen (of dalen). De enige winst die je maakt is koerswinst. Degene van wie je een speculatieve belegging koopt is vaak een andere belegger, en je geld wordt niet voor iets productiefs aangemerkt. Voorbeelden van speculatieve beleggingen zijn goud en zilver, opties, grondstoffen, en vreemde valuta's (forex). Deze producten zijn aantrekkelijk voor de actieve belegger (of soms als defensieve hedge in een passieve portefeuille).

Beleggingsfondsen, ETF's, en cryptocurrencies kunnen in beide categorieën vallen, afhankelijk van welk fonds, ETF, of crypto je koopt.

Primaire beleggingen zoals goud, aandelen, en olie
Primaire beleggingsproducten zoals goud, aandelenkapitaal, en olie hebben een nut in de echte wereld.

Afgeleide financiële producten

Ten tweede moet je een onderscheid maken tussen primaire (financiële) producten en afgeleide producten (derivaten). Primaire producten hebben een nut in de 'echte' wereld, en hun prijs is daar op gebaseerd. Voorbeelden van primaire producten zijn aandelen, obligaties, vaten olie, en goudstaven. Een aandeel of obligatie levert een onderneming investeringskapitaal op. Olie wordt gebruikt voor energie en plastics. Goud wordt verwerkt in juwelen en electronica.

Afgeleide financiële producten worden alleen gebruikt binnen de financiële wereld, en hebben daarbuiten geen nut. De prijs van derivaten is afgeleid van primaire producten, die in zulke gevallen vaak de 'onderliggende waarde', of simpelweg het 'onderliggende' worden genoemd. Voorbeelden van derivaten zijn opties, contracts for difference (CFD's), futures, en swaps. Omdat derivaten geen fysieke vorm hebben zijn de transactiekosten doorgaans lager.

Veel beleggingen worden eigenlijk alleen maar verhandeld in de vorm van afgeleide producten, omdat het onpraktisch is om direct in de onderliggende waardes te handelen. Olie wordt bijvoorbeeld verhandeld met futures en CFD's, omdat het voor de meeste mensen onhandig is als ze duizend vaten ruwe olie in hun achtertuin krijgen geleverd.

De wet van vraag en aanbod

Voor actieve beleggers is koerswinst de sleutel tot succes. Daarom is het belangrijk om te weten: waarom verandert de koers eigenlijk? Dat komt door de wet van vraag en aanbod. Als er meer vraag naar een product is dan aanbod, dan stijgt de prijs. Naarmate de prijs verder stijgt zijn er minder mensen die het product willen kopen, totdat vraag en aanbod weer gelijk lopen. Omgekeerd is het zo dat als er meer aanbod dan vraag naar een product is, de prijs daalt.

Zo werkt het ook met aandelen, en met alle andere beleggingen. Als er bijboorbeeld goed nieuws over Heineken uitkomt, dan willen meer mensen aandelen Heineken (HEIA) kopen, omdat ze goede winstverwachtingen hebben. Om dezelfde reden willen minder beleggers aandelen Heineken verkopen. Meer vraag en minder aanbod betekent dat de prijs stijgt. Met andere woorden, de koers van het aandeel Heineken gaat omhoog.

Goed en slecht nieuws zijn belangrijke redenen waarom koersen veranderen. Maar er zijn ook veel andere factoren. Soms wil iedereen ineens verkopen omdat er paniek op de beurs is. Soms stijgt de vraag doordat technische analyse van de koersgrafiek een koopsignaal afgeeft. Soms daalt de vraag doordat de rente stijgt, en sommige beleggers ervoor kiezen om hun geld liever op een spaarrekening te zetten.

Als actieve belegger wil je altijd de vraag in je achterhoofd houden: wat beïnvloedt de vraag naar en het aanbod van het product waarin ik wil beleggen. Als er meer redenen zijn voor een stijgende vraag of een dalend aanbod, dan is dat een goed moment om in te stappen. Als er indicaties zijn dat de vraag daalt of het aanbod toeneemt, dan wil je juist verkopen of short gaan.

Conclusie

Als dit allemaal wat overweldigend is, maak je geen zorgen. Het doel van deze les is om je een heel globaal overzicht te geven van de wereld van beleggen. Je hoeft niet alle details te onthouden, en we bouwen alles in de rest van de cursus stap voor stap op.

Wat je voor nu moet onthouden is:

  • Beleggen betekent je geld risicovol aan het werk zetten om inkomsten te genereren.
  • Je kunt in heel veel verschillende producten beleggen.
  • Je moet besluiten of je actief of passief wilt beleggen. Actief beleggen kost meer tijd en moeite, maar kan ook meer opleveren.
  • De koers van beleggingen komt tot stand door de wet van vraag en aanbod.

 

Les 2 van de cursus beleggen